Rasbeschrijving

Historie
De bordercollie is een hondenras, oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Engeland langs
de grens met Schotland, vandaar de naam border collie (border = grens).
In vergelijking met de lange periode waarin schapenboeren al honden gebruikten voor
het werk op de boerderij is de Border Collie zoals wij hem kennen eigenlijk vrij jong.
In de negentiende eeuw is er in diverse publicaties sprake van honden met de
omschrijving ‘Collie’ of ‘Colley’. Illustraties uit die tijd laten een afwisselend
uiterlijk zien. Soms lijken de honden wat meer op de huidige Schotse Herdershond,
dan weer wat meer op de Border Collie en een enkele keer is er eigenlijk geen
gelijkenis met een hedendaags ras. Aan het einde van de negentiende eeuw lijkt er een type ‘Colley’ te zijn ontstaan dat al aardig op de huidige Border Collie begint te lijken.

Huidige Rasstandaard

Hoofd:
Schedel tamelijk breed, achterhoofdsknobbel niet geprononceerd. Géén volle of ronde wangen. De voorsnuit matig kort en krachtig, versmallend naar de neuspunt. Schedel en voorsnuit gelijk van lengte. Duidelijke stop. Neus zwart, behalve bij Chocoladekleurige of bruine honden, waar de neus bruin mag zijn. Bij blauwe honden moet de neus grijs zijn. Neusgaten goed ontwikkeld.

Ogen:
Wijd uit elkaar staand, ovaal gevormd en middelmatig groot. Bruin van kleur,
behalve bij Merles, waarvan een of beide ogen geheel of gedeeltelijk blauw
mogen zijn. Expressie zacht, levendig, vief en verstandig.

Oren:
Beweeglijk, middelmatig groot en dik, goed afzonderlijk geplaatst,
staand of half opgericht gedragen.

Mond:
Sterke tanden en kaken met een perfect, regelmatig en compleet schaargebit.

Lichaam:
Atletisch in verschijning met goed gebogen ribben. De borst diep en niet te smal.
Lendenen diep en gespierd, maar niet opgetrokken. De lengte van het lichaam
is iets meer dan de schouderhoogte

Voorhand:
De voorbenen staan van voren gezien evenwijdig, de middenvoeten staan van opzij
gezien iets schuin naar voren. Het bot is sterk en niet te smal. Lendenen diep en gespierd, maar niet opgetrokken. De lengte van het lichaam is iets meer dan de schouderhoogte.

Achterhand:
Breed. Gespierd, van opzij gezien vloeiend aflopend naar de staartwortel. De dijen lang diep en gespierd met goed gebogen knieën en krachtige, laag geplaatste hakken. De achterbenen hebben goed, substantievol bot, en staan, van achteren gezien, parallel.

Voeten:
Ovaal van vorm. Voetkussens, dik, sterk en goed gevormd. Tenen gebogen en goed aaneengesloten. Nagels kort en sterk.

Staart:
Matig lang, de wervels minstens reikend tot de hak. Laag aangezet, goed bevederd,
en met een opwaartse buiging aan het eind, gracieus de contouren van de balance
van de hond complimenterend. De staart mag in actie worden geheven,
maar nooit over de rug gedragen worden.

Vacht:
Er zijn drie variaties: a: Matig lang, b: Kortharig.
Bij beide is de bovenvacht dicht en middelmatig hard, de ondervacht zacht en dicht,
zo een goede weerbestendigheid gevend. Bij de matig lange variëteit vormt de
overvloedige vacht een kraag, broek en staartbevedering. Op het gezicht, oren,
voorbenen (uitgezonderd de bevedering aan de achterzijde ), en achterbenen
vanaf de hak tot de grond, moet het haar kort en glad zijn.

Kleur:
Verscheidenheid aan kleur zijn toegestaan, maar wit mag nooit overheersen.
enkele voorbeeld foto’s van door ons zelf gefokte Borders

Maat:
Ideale schofthoogte voor reuen 53 cm. en voor teven iets minder.

Beweging:
Vrij, soepel, onvermoeibaar en met een minimaal optillen van de voeten,
zo de indruk wekend bekwaam te bewegen met grote souplessen en snelheid.

Opmerking:
Reuen moeten twee normale, volledig in het scrotum ingedaalde testikels hebben.

Karakter:
Onverzettelijke, taaie, hardewerkende, volgzame herdershond.

Temperament:
Levendig, oplettend, scherp reagerend en intelligent: nimmer zenuwachtig of agressief

Bron: de Border Collie – Ester Verhoef